Voor wat betreft de soorten financiering door de gemeente Arnhem wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. Eigen gemeentelijke financieringsbehoefte;
b. Financiering van de sociale woningbouw;
c. Financiering van aan de gemeente gelieerde instellingen.
Eigen gemeentelijke financieringsbehoefte (a)
Bij de eigen gemeentelijke financieringsbehoefte gaat het voornamelijk om de financiering van de investeringen en projecten van de gemeente Arnhem. Dat betreffen de grote stedelijke projecten, de grondexploitatie, het infrastructurele onderhoud en de verdere bestedingen aan de gemeentelijke bezittingen. Als ‘inkoop’ van geld (de funding) wordt vooral gebruik gemaakt van de volgende financieringsmiddelen:
- de kapitaalmarkt voor langlopende financieringsmiddelen;
- de binnen Arnhem beschikbare reserves en voorzieningen.
Omslagrente
De rentekosten van de eigen gemeentelijke financiering worden doorberekend in de vorm van een zogenaamde omslagrente: een gemiddelde van de rentes van aangetrokken geldleningen en andere kosten van de treasuryfunctie. Naar aanleiding van de bepalingen en richtlijnen uit de nieuwe BBV notitie ‘Rente 2023’ heeft de gemeente Arnhem een aanpassing doorgevoerd in de toerekening van de rentelasten aan de grondexploitaties. Tot en met 2023 werd de werkelijke rente over het vreemd vermogen (naar rato) toegerekend aan de grondexploitaties. Met ingang van boekjaar 2024 vindt de rentetoerekening plaats op basis van de reguliere omslagrente.
In 2024 bedroeg de omslagrente 1,0% bij een begrote rente van 1,6%. Doordat de rentelasten meevielen, was de begrote omslagrente te hoog vastgesteld en werden er dus te veel rentelasten aan de verschillende taakvelden toegerekend. Hierdoor ontstond een rentevoordeel op Treasury dat buiten de in het BBV toegestane bandbreedte kwam. Daarom is een nacalculatie gemaakt op basis waarvan de omslagrente op 1,0% is uitgekomen. De financiële effecten hiervan staan verder toegelicht bij het onderdeel 'Toelichting financiële afwijkingen' in het programma Bestuur, dienstverlening en financiën.
Financiering van de sociale woningbouw (b)
De financiering van de sociale woningbouw vindt bijna volledig plaats door leningen door corporaties, die geborgd worden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Dit landelijke fonds fungeert als waarborg ten aanzien van risico’s van wanbetaling en vervult daarmee de garantstellende rol die gemeenten van oudsher hadden. Het WSW kan bij gemeenten en het Rijk aankloppen wanneer de eigen borgingscapaciteit niet meer toereikend is (wat nog nooit is gebeurd). Daarvoor heeft ook de gemeente Arnhem een achtervangovereenkomst met het WSW gesloten. Het bestaan van het WSW samen met ontwikkelingen op het gebied van schaalvergroting en regionalisering van de woningcorporaties verklaart waarom de rol van de gemeente op het terrein van de financiering van woningbouw de afgelopen jaren kleiner is geworden en nu zeer beperkt is. Per 31-12-2024 heeft de gemeente nog maar één lening van € 6.000 aan de woningcorporatie Omnia Wonen op de balans.
Financiering van aan de gemeente gelieerde instellingen (c)
Het betreft hier kapitaalverstrekking en leningen aan instellingen en verzelfstandigde organisatie-onderdelen, alsook starters- en duurzaamheidsleningen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Bij de kapitaalverstrekking en leningen aan instellingen en verzelfstandigde organisatie-onderdelen gaat het om activiteiten die nauw grenzen aan het beleid van de gemeente Arnhem. Het gaat hier vooral om instellingen in de sectoren zorg, sport en cultuur. Ook bij deze financiering wordt de laatste jaren een terughoudend beleid gevoerd. Hierbij heeft de gemeente Arnhem een gericht toezicht op het reilen en zeilen van de betreffende instellingen. Door aan de te verstrekken leningen waarborgen te verbinden kan bij calamiteiten direct worden gereageerd (voorbeeld: executie bij recht van eerste hypotheek).
Tevens bestaan er bij de sectoren zorg en sport waarborgfondsen. Met borgstelling door deze waarborgfondsen kunnen instellingen bij banken een lagere rente bedingen en hoeft de gemeente zelf geen lening te verstrekken. De stichting waarborgfonds voor de sport (SWS) garandeert maximaal de helft van de lening en eist een garantie van de gemeente voor het resterende deel van de lening.